Back to homepage


Bloodpython

Houden en kweken van python curtus
(kortstaartpython) door Fons en Betty

Voorwoord:
Over python curtus was tot over een tiental jaar geleden nog zo weinig geweten. De laatste jaren lijkt er toch verbetering in te komen. Vroeger werd python curtus als heel moeilijk beschouwd, nu blijkt dit helemaal niet zo te zijn. Wildvangst blijft een moeilijke materie, maar er is nakweek te verkrijgen, dus we moeten helemaal geen wildvangst meer kopen. Wat heel jammer is, is dat sommige kwekers belangrijke informatie niet vermelden in hun artikels die ze schrijven. Waarom vind ik maar in 2 artikels terug dat python curtus ten vroegste na 2 maanden voor de 1ste keer verveld? Waarom vermeld men niet dat ze meestal WEL voor de 1ste vervelling eten? Dit is de enige pythonsoort waarbij dit zo verloopt. Dat is toch een belangrijk gegeven, niet? Python curtus heeft ook een heel slechte reputatie i.v.m. agressie. Wij hopen dat jullie na het lezen van dit artikel inzien dat python curtus, en dan hebben wij het over nakweek, een heel fascinerende slang is. Het zijn dikke slangen die in hun kaliber de meeste kracht bezitten. Curtussen hebben vrij korte tanden, volgens mijn bronnen bezit een python curtus bovenaan 74-80 tanden en onderaan 36-40 tanden.

Inleiding:
Er zijn 3 ondersoorten van python curtus:

A:Python curtus curtus: de zwarte variant.
Deze curtus is het minst geliefd omwille van zijn donkere kleur. Het is wel de kleinste van de drie, python curtus curtus wordt zelden groter dan 1.80 meter.

B:Python curtus breitensteini: de gele variant. (Dit is de variant die wij bezitten.)
De laatste jaren een redelijk populair dier. Deze dieren worden zelden groter dan 2 meter.

C:Python curtus brongersmai: de rode variant.
De populairste van de drie, ook bloedpython genaamd, omwille van zijn kleur. Ze worden zelden groter dan 2.40 meter.

Verspreidingsgebied:
Zuid Oost Azië
- centraal tot noord Sumatra
- Maleisië
- Thailand
- Zuid-Viëtnam
- Laos
Ze komen ook voor op verschillende kleine eilandjes daar in de buurt.

Onze dieren:
We hebben altijd al graag python curtus willen houden. Dat werd ons echter altijd afgeraden. Ze zijn moeilijk, eten moeilijk, zijn agressief, moeten vochtig gehouden worden, …
Maar Fangio en Bettina zouden natuurlijk Fangio en Bettina niet zijn mochten ze toch curtussen gaan houden. Ongeveer 1,5 jaar geleden kochten we een mannetje python curtus breitensteini.
Het dier was een tweetal jaar oud, was totaal niet agressief, at heel goed en vervelde heel goed. Mooi dier: felgele kop, met een donker kruis erop. Doordat dit dier het heel goed deed, besloten we een vrouwtje bij te kopen, die we enkele weken later ook vonden. En terug waren we tevreden. Totaal niet agressief, goed eten, … We kwamen ook in contact met anderen die python curtus in hun bezit hadden en die dezelfde mening deelden. Het is gewoon zo dat wildvangst dieren bijna altijd agressief zijn en nakweek dieren bijna nooit. Jonge dieren zijn meestal iets agressiever, maar is dit niet bij de meeste slangen zo? Luister daarom nooit naar een aantal zeveraars die beweren dat het agressieve dieren zijn. Rond december - januari 2000-2001 konden we nog volwassen curtussen bijkopen. Dit was net goed want de andere 2 waren aan het paren (zie: paring). We konden 2 koppels kopen, maar we vonden dat 1 koppel wel voldoende was. Ik mocht kiezen welk koppel. Ik koos voor een bleke man en een superdikke vrouw. Iedereen raadde me dat dier af. Ze was te vet gekweekt (27 kg woog ze) en zou nooit voor voldoende bevruchte eieren kunnen zorgen. Ondertussen hebben we het tegendeel wel bewezen (zie:eieren). Het dier (Margriet genaamd) werd vervoerd in een grote houten bak waar ze net in kon.

Geslachtsbepaling:
Het geslacht van python curtus is zoals praktisch bij elke slang best te bepalen via sonderen. Bij mannetjes kom je 9 tot 11 schubben diep. Bij vrouwtjes kom je 2 tot 4 schubben diep. Op de klauwtjes, die ook deze slang heeft, mag men niet voortgaan. Bij 90% van de gevallen is een slang met grote klauwen, een man. Maar wat met die 10% vrouwtjes die grotere klauwen hebben dan veel mannetjes? Een volwassen curtus sondeer je best niet alleen. Je kan best het dier in een linnen zak stoppen en zijn staart eruit halen. Dan houd iemand de zak strak rond zijn staart dicht. Iemand extra om zijn staart of kop vast te houden is nog beter. Dan sonderen. Zo hebben we ook de curtussen gesondeerd die we het laatst hebben bijgekocht. Jonge curtussen "poppen" is zeker niet aan te raden. We vinden persoonlijk poppen sowieso gevaarlijk, maar bij curtussen is het zeker gevaarlijk. De naam zegt het zelf: kortstaartpython. Het staartje is bij jonge slangen dus heel broos. Als je beslist dit toch te doen laat het dan doen door iemand die er veel ervaring mee heeft.

Winterrust:
We geven 8-15u licht per dag naargelang de periode van het jaar. Voor de winterrust krijgen de slangen 3 weken geen eten. 1 lamp van 25w blijft nog 8u/dag branden. En we plaatsen dan elke slang apart in een plastieken bak voor anderhalve maand. Vers drinken is steeds aanwezig. Dit jaar had ik de dieren op +- 18°C geplaatst. Dit zal ik zeker niemand aanraden. Één van de mannetjes had namelijk zijn drinkbakje omgegooid en lag de hele dag op de vochtige bodem, bij 18°C dus. 's Avonds kwam ik thuis en toen ik dit merkte, wist ik meteen dat dit niet goed kon zijn. Ik stak de slang direct terug op een droge bodem maar enkele dagen later had het dier toch een piepende adem. Ik besloot direct naar de dierenarts te gaan. Die nam een staaltje van het slijm die hij liet onderzoeken in het medisch laboratorium. Een week later mocht ik achter een medicament gaan die ik 3* per dag met een sonde moest in de bek spuiten. 2 dagen later is het dier gestorven. Een heel jammerlijke gebeurtenis omdat dit natuurlijk ook een mannetje is die ik nodig heb om goed te kunnen kweken en ook omdat ik niet alleen slangen kweek, maar ik deze dieren ook graag zie. 2 mannetjes om elkaar te stimuleren is namelijk heel belangrijk bij de boidae. 1 tip dus: LET OP MET WINTERSLAAP OF WINTERRUST! ER ZIJN VEEL RISICO'S AAN VERBONDEN.

Huisvesting:
Een terrarium met schuifruiten. grootte: 1m35, houtsoort: donker betonplex. In het terrarium zitten 2 lampen waarvan 1 aangesloten op de thermostaat. In het terrarium is een verlichte kant en een donkere kant. De temperatuur bedraagt 's nachts +- 23°C en overdag +-28°C. Als bodembedekking gebruikten we grote houtsnippers, momenteel proberen we terug krantenpapier uit. De dieren hadden vroeger 2x per week de kans om te drinken, nu hebben ze dagelijks vers water. Sproeien gebeurt 2x per week met lauw water.

Paring:
Er zijn 2 paarperioden: november-december en maart-april. Je hebt meer kans om te kweken als je 2 mannetjes hebt. Ze stimuleren elkaar. Mannetjes heffen elkaar op. Mannetjes vechten bijna om met een vrouwtje te paren. Bij de Boidae (boa's en pythons) is dat dikwijls zo. Ik heb nu echter 1 mannetje dood (zie winterrust). Ik zoek dus momenteel 1 of meerdere mannetjes bij. Ondertussen (december 2001) zijn er terug al enkele paringen geweest. De paringen zijn minder hevig als vorig jaar.

Eieren:
De eieren zijn 64-81mm lang en 50-59mm breed. In de broedkast is het 29°C warm en er is een hoge vochtigheid (90-100%). In onze broedkast is er een digitale thermostaat ingebouwd. De eieren worden in een schaal gelegd met vochtige vermiculite en een laagje droge vermiculite word erop gestrooid. We maken altijd eerst putjes waar de eieren in passen. De dieren komen uit tussen de 69 en de 74 dagen. Als er jongen zijn die niet binnen de 2 dagen uit het ei komen nadat het eerste dier het ei aansneed, geef ik een knipje in het ei. Bij eieren waarin jongen zitten die te lang met hun kopje uit het ei blijven zitten, vergroot ik het aangesneden gat in het ei. Let wel op als je in eieren knipt dat je niet in het vlies snijd. Dit kan nooit goed zijn. Om te knippen gebruik je best een klein schaartje.
-1ste legsel: 15 eieren, 15 jongen. Uitgebroed op 29°C.
-2de legsel: 34 eieren, 23 jongen. Op een dag kwam er iemand op bezoek die me zei dat ik (het eerste legsel) te koud aan het uitbroeden was. Hij raadde me aan om het tweede legsel (dat nog op komst was) op 30-32°C uit te broeden. Ik wist niet zeker wat ik moest doen toen het 2e legsel er was en besloot om het op 31°C uit te broeden. Toen het eerste legsel uitkwam bleek dus dat 29°C zeker niet te koud was omdat alle eieren uitkwamen en alle jongen, op 1 zwakker dier na, goed waren. In het 2e legsel waren er 8 misgroeide jongen, enkele eieren waren onbevrucht en enkele volgroeide jongen zaten dood in het ei. Ik zal dus nooit meer luisteren naar mensen die denken alles te weten. DAAROM 1 TIP: DOE JE EIGEN ZIN! Je kan altijd luisteren naar de raad van anderen, maar denk toch maar heel goed na voor je die raad opvolgt.

Resultaat van deze kweek:
30 gezonde jongen + 8 misgroeide jongen (die later niet levensvatbaar bleken).

Voeding:
Curtussen zijn echte veelvraten eenmaal ze vertrokken zijn. Als voedseldieren geef ik muizen, ratten, konijnen, veeltepelmuizen en kippen. Elke curtus heeft een andere voorkeur. .

Jongen:
Het grootste probleem is dat curtussen ten vroegste na 2 maanden vervellen. De eerste dieren zijn nu (4 maanden na de geboorte) verveld. Ondertussen eten alle jongen goed. Ik heb wel heel veel problemen gehad om ze aan het eten te krijgen. Zelfs jongen die bij mij perfect aten, bleken bij de nieuwe eigenaar nog 3 weken of langer te wachten vooraleer een eerste prooi te aanvaarden. Ze houden er blijkbaar niet van om verplaatst te worden en dus in andere omstandigheden te leven. De jongen houd je best op een constante dagtemperatuur van om en bij de 28°C. Probeer ook 's nachts minimum 23°C te behouden. Het ene jong eet grote, het andere kleine muizen. De ene wil witte de andere bruine muizen. De ene wil een kleine, de andere een grote vtm (veeltepel)muis. 1 dier kreeg ik aan het eten met een kuikenpoot. Hamsters in verschillende maten werden, zo bleek achteraf, nog best aanvaard. Veel jonge curtussen zijn dus heel moeilijk aan het eten te krijgen. Toch is dwangvoederen niet nodig. Je krijgt ze maar op 1 manier aan het eten: met veel tijd en geduld.
Uit de legsels hebben we verschillende jongen: met een donkere tekening, een bleke tekening, een gele kop, een bruine kop, een jong met een lengtestreep. Uit het 2de legsel hadden we een jong met 50% wit. Jammer genoeg had dit dier ook een knikje in de staart en is het dus ook gestorven. De gewichten van de jongen liggen tussen de 25 en de 75 gram. Grote verschillen dus. De jongen plaatsen we de eerste weken in aparte doosjes met een keukenrolpapiertje een drinkbakje. Daarna kunnen de dieren in grotere faunaboxen met eventueel een andere bodembedekking geplaatst worden. Op elk doosje staat een nummer om alles goed bij te houden i.v.m. voeding, vervelling,…


Slotbeschouwing:
Curtussen zijn heel fascinerende en leuke slangen. Ik hoop dat ik door het schrijven van dit artikel meer mensen kan overtuigen deze toch wel heel aparte slangen te gaan houden. Hou er wel rekening mee dat ze heel vervelend kunnen zijn in het begin wat de voeding betreft. Gooi dus geen stenen naar de kweker of scheld hem de huid niet vol als je er problemen mee hebt in het begin. Iemand die gemakkelijke slangen kweekt heeft dit risico niet. Maar eenmaal ze goed eten blijven ze dit doen, en zijn ze zelfs gemakkelijker te houden dan pakweg een elaphe guttata.

Fons en Betty, 2001.
Overname van dit artikel is enkel toegestaan mits toestemming van de kwekers.
Voor meer info kunt u steeds bij ons terecht:
TEL: 0032476 80 13 31
E-MAIL: the.fons@belgacom.net