Back to homepage


Joris van der Hilst

 

Inleiding
Er is de laatste jaren veel onderzoek geweest op het gebied van genetische classificatie van de verschillende boa en pythons soorten, zo ook naar die van de Boa Constrictor. Lang werd er aangenomen dat de Boa Constrictor maar een soort had met verschillende al dan niet erkende ondersoorten. Volgens het laatste onderzoek van Kluge behoren nu ook de Madagaskische boa’s tot de familie van de Boa’s.
Vandaar dat in veel hedendaagse tijdschriften Acrantophis Madagascariensis en Acrantophis Dumerili worden beschreven als Boa Madagascariensis en Boa Dumerili.
Ook de derde op Madagascar voorkomende soort, de Sanzinia Madagascariensis behoort volgens de onderzoeken tot de familie van de Boa’s en gaat tegenwoordig als Boa Mandrita door het leven.

Men is het er nog steeds niet over eens hoeveel verschillende ondersoorten er op het moment worden erkend. Volgens het ene boek zijn het er 6 en volgens het andere boek zijn het er 10 of meer.
Genetisch onderzoek zal in de toekomst uit moeten wijzen in hoeverre men kan spreken van verschillende ondersoorten. Zonder twijfel worden in ieder geval de gewone Boa Constrictor (Boa Constrictor Imperator), de roodstaart boa (Boa Constrictor Constrictor), de Argentijnse Boa Constrictor (Boa Constrictor Occidentalis), de kortstaart Boa Constrictor (Boa Constrictor Amaraili), de San Lucia Boa (Boa Constrictor Orophias) en de Clouded boa (Boa Constrictor Nebulosus) erkend.
Persoonlijk denk ik dat er in de nabije toekomst zeker nog een aantal ondersoorten worden erkend, omdat er veel verschil is in het verspreidingsgebied, de grootte, het patroon en de kleur.

Alle Boa Constrictors komen op Appendix 2 van de CITES lijst voor behalve de Argentijnse Boa Constrictor die op Appendix 1 van de CITES lijst voorkomt. Dit wil zeggen dat ze met uitsterven worden bedreigd. Of dit in werkelijkheid ook zo is is een tweede, maar internationale handel is verboden en vergunningen zijn verplicht.

De rest van het artikel gaat over het houden, verzorgen en kweken met de gewone Boa Constrictor (Boa Constrictor Imperator), die ook het meest gehouden wordt. Aan de verschillende genetische kleur en patroon variëteiten ga ik in een ander artikel aandacht schenken.

Verpreidingsgebied:
Het verspreidinggebied van de Boa Constrictor ligt in Oost Equador en Peru aan de zuidelijke zijde afgeschermd door Noord Brazilie en de noordelijke zijde door Midden Colombia, Venuzuela en Guyana.

Grootte en leeftijd:
Volwassen dieren worden 150 cm tot 300cm, met een maximum van 420cm. De allelangste Boa Constrictor die ze volgens de boeken hebben gevangen was een dier uit Trinidad, wat 550 cm zou zijn. Net geboren jongen zijn 33 cm tot 55 cm lang.

Wanneer Boa Constrictor op een goede manier worden gehouden kunnen ze erg oud worden. Het record staat op naam van de Philadelphia Zoological Garden met een dier dat 40 jaar 3 maanden en 14 dagen oud werd. De meeste dieren zullen echter in gevangenschap niet ouder worden dan 25 a 30 jaar.

Huisvesting:
Wanneer de dieren jonge zijn kan men ze het beste huisvesten in plastic bakken of kleine terraria’s. Als bodemmateriaal zou je kranten kunnen gebruiken. Indien dit niet attractief genoeg is kan men ook voor turfmolm kiezen.
Het voordeel daarvan is dat het vocht zeer goed opneemt zonder dat de bodem kletsnat wordt. Ook nare geurtjes worden samen met het vocht uit de ontlasting getrokken en het ziet er heel natuurlijk uit. Ik gebruik veel turfmolm bij veel verschillende soorten van verschillende leeftijden.

In het Terrarium moet een flinke waterbak aanwezig zijn. Hij hoeft niet per se zo groot te zijn dat de dieren er in kunnen gaan liggen, maar als ze de mogelijkheid hebben zullen ze dit zeker doen.
Onder de plastic bakken waarin de jonge dieren zitten, ligt een warmtekabel die dag en nacht aanstaat. Alleen op warme zomerdagen gaat de stekker eruit. Bij de oudere dieren wordt het terrarium verwarmd door middel van een of meerdere 40 watt lampjes. In beide gevallen zorg ik voor een warme een koelere kant. De koelere kant is ongeveer 25/26 graden en de warme kant is 32/33 graden. Op die manier hebben de dieren altijd de mogelijkheid om hun voorkeurstemperatuur te kiezen.
Verder wordt de kamer met behulp van elektrische kacheltjes nog extra verwarmd indien nodig.

De grootte van het terrarium is afhankelijk van de grootte van de dieren. Volwassen dieren zouden ieder minimaal een terrarium van 150 cm lengte bij 60 cm breedte bij 40 cm hoogte moeten hebben. Wanneer men meerdere dieren bij elkaar wil houden zal de grootte van het terrarium ook omhoog moeten gaan.

De hoogte van het terrarium is niet heel erg belangrijk, maar als je de ruimte hebt kan je er voor kiezen om een hoog terrarium te (laten) maken. De dieren zullen zeer frequent gebruik maken van de aanwezige ligplanken en/of takken. Ook is het een mooier gezicht om een Boa Constrictor hoog in het terrarium om een tak gekruld te zien hangen.
De grote kweker in de USA maken allemaal gebruik van dezelfde soort bakken. Dit zijn kunststof bakken van bovengenoemde maat met afgeronde hoeken (hygiëne) en een glazen voorkant. Ze gebruiken allemaal kranten als ondergrond en er staan een waterbakje in.

De waterbak is van steen of  een ander zwaar materiaal, omdat ze het dan niet om kunnen gooien. De dieren worden daar apart of per koppel in gehuisvest.
De luchtvochtigheid moet niet te laag zijn (min 50%), maar het bodemmateriaal mag niet te nat worden. Dit om huidproblemen te voorkomen.
Er zijn verschillende mogelijkheden om de luchtvochtigheid te verhogen zonder dat het bodemmateriaal te nat wordt. Denk bijvoorbeeld aan een luchtbevochtiger aangesloten op het terrarium of die de algehele luchtvochtigheid in de kamer verhoogt.

Wanneer de dieren moeten vervellen is het echter geen probleem om het terrarium een paar dagen wat natter te houden, zeker als ze de keer ervoor slecht zijn verveld. Wanneer men dit doet moet men wel direct de ontlasting wegnemen indien nodig.

Voeren:
Vrijwel direct na de geboorte beginnen de jongen met eten. Meestal willen de jonge dieren in het begin alleen maar levende prooien, maar dit verandert snel en na een aantal prooien zullen ze moeiteloos over gaan op vers gedode of diepvries prooien.

Denk er aan dat jonge dieren niet meteen te grote prooien worden gevoerd, omdat ze erg gevoelige magen hebben. Het is daarom verstandig om de eerste keren de prooidieren wat aan de kleine kant te houden, omdat men uitbraken ten aller tijden moet voorkomen. Eenmaal brakende jongen gaan vaak moeizaam weer over op een normaal eetgedrag. Na de eerste paar keer voeren kan men de grootte van de prooi wat toe laten nemen.

Een voerschema van een prooi in de week is een goed ritme voor jonge dieren. Dit ritme kan men volhouden totdat de dieren in de breedte gaan groeien (ongeveer 1,5 tot 2 jaar). Wanneer dit gebeurd moet je de dieren maar eens in de twee of drie weken een prooi van redelijk formaat aanbieden.
Zo kunnen dieren nooit te vet worden. Een dier dat te vet is kan men herkennen aan de ruimte tussen de schubben die dan ontstaat over het gehele lichaam. Een dier dat te snel is gegroeid kan ook een te kleine kop hebben in verhouding tot de rest van het lichaam.

Het is mensen gelukt om Boa Constrictors in 18 maanden geslachtsrijp te krijgen, waarna de dieren de jongen kregen toen ze ongeveer 2 jaar waren, maar dit is niet natuurlijk en vragen om problemen.
Wanneer men het bovenstaande voedselschema in pacht neemt zullen de dieren in 3 jaar geslachtsrijp zijn. Wanneer men dieren voert is het handig om dit met een voederpincet te doen, omdat Boa Constrictors zeer snel uit kunnen halen en zonder directe aanwijzingen (ze maken geen lus achter de kop en komen vaak ook niet tongelend naar de prooi toe)

Een beet van een jong diertje kan geen kwaad, maar een volwassen dier van bijna drie meter dat is een ander verhaal. Het is aan te raden om dode prooien te voeren, omdat dieren dan niet zijn geconditioneerd op levend (bewegelijk) voedsel, waardoor ze de eigenaar die in het terrarium bezig is voor een prooidier aan zien.
Ook heb je niet het risico dat de prooidieren de slang aanvreten wanneer deze hem niet pakt. Het voeren kan zowel overdag als s’nachts gebeuren. Boa Constrictors zullen niet zonder reden een prooidier weigeren. Dit gebeurd alleen bij gezondheidsproblemen, het begin van het kweekseizoen (vooral mannen), tijdens de dracht en tijdens een vervellingsperiode.

Wanneer de dieren moeten vervellen zullen ze helemaal dof van kleur worden. Deze kleur trekt een paar dagen voordat ze gaan vervellen weg en de dieren zien er weer normaal uit.
Wanneer de dieren in een goede gezondheid verkeren zullen ze in een stuk vervellen. Wanneer ze in stukken vervellen kan dat liggen aan de (te lage) luchtvochtigheid, gaan drinkwater tijdens de vervellingsperiode aanwezig geweest, te veel en/of te ruw gehanteerd tijdens de vervellingsperiode en gezondheidsproblemen. Het is daarom raadzaam om dieren die moeten vervellen zo min mogelijk te hanteren.

Het verschonen van het terrarium dient bij voorkeur iedere week te gebeuren als je als bodemmateriaal kranten gebruikt. Wanneer je gebruik maakt van turfmolm kan je langer wachten met schoonmaken, mits je de aanwezige ontlasting iedere keer zo snel mogelijk

verwijdert. De waterbak moet ongeacht het bodemmateriaal minimaal iedere week worden ververst, zodat de dieren altijd vers water hebben. Wanneer de waterbak teven als ligbad wordt gebruikt, moet men hem iedere dag inspecteren, omdat ze hun ontlasting graag in het water deponeren.

Gedrag:
Veel jonge Boa Constrictor zullen in de eerste weken na de bevalling agressief gedrag vertonen na alles wat beweegt. Dit gedrag verandert snel wanneer men de diertjes regelmatig hanteert. Ook als men de diertjes minder vaak hanteert zullen ze minder agressief worden, al is het minder snel.
Ik zou het iedereen aanraden om jonge dieren in het begin redelijk vaak te hanteren, omdat het zeer handig is dat de dieren niet agressief reageren op hun omgeving wanneer ze wat ouder worden.
Vaak zie je dat wildvang dieren erg onvoorspelbaar zijn en blijven, waardoor het hanteren een ongewenste adrenaline stoot kan geven. Denk hierbij aan de vele Surinaamse roodstaarten die op dit moment worden geïmporteerd. Boa Constrictors zijn schemer en nachtactieve dieren wat ook aan de ellipsvormige pupil te zien is.

Kweek:
Voordat je met Boa Constrictors wil kweken moeten de dieren wel geslachtrijp zijn. Dat wil zeggen dat de mannen minimaal een lengte moeten hebben van 110 cm en de vrouwen een lengte van 165 cm. Het ligt natuurlijk aan het voedselschema wat men hanteert, maar de mannen moeten deze lengte in 18 maanden en de vrouwen in 36 maanden gemakkelijk kunnen halen.
Het is voor sommige vrouwen mogelijk om bij een lengte van 120 cm voor nakweek te zorgen, maar het is niet aangeraden vanwege de risico’s. Bij voorkeur dient een mannetje ook kleiner te zijn dan de vrouw, omdat een grotere man stressvoller kan zijn dan een kleinere man tijdens de paarpogingen, waardoor de kans wordt vergroot dat de vrouw niet wil paren.

De dieren moeten in een goede gezondheid verkeren, wil men er een poging mee kunnen ondernemen. Hebben dieren al een verminderde weerstand door een infectie of iets dergelijks is de kans groot dat ze de drachtperiode niet zal overleven.
Wanneer de dieren een slechte gezondheid hebben, zullen ze al hun voedsel en vetvoorraad hard nodig hebben om hun weerstand weer op peil te krijgen en de aandoening (in combinatie met eventuele medicijnen) te kunnen overwinnen.

Ook moeten de dieren een goede vetvoorraad bezitten alvorens een kweekpoging te ondernemen. Dat is zeker voor de vrouwen die tijdens de dracht voedsel kunnen weigeren.
Een te mager dier heeft te weinig weerstand en zo een vergrootte kans om ziek te worden.

Wanneer mannen te mager zijn zullen ze ook minder interesse voor de vrouw vertonen, waardoor er geen of veel minder paringen dan normaal zullen komen. Een overgewicht is aan de andere kant ook niet aan te raden, omdat dieren met een overgewicht minder bewegelijk zijn en ook minder interesse hebben om te paren. Een vrouw mag wel een licht overgewicht hebben.
Het te veel aan reserve zal tijdens de dracht geheel verbruikt worden voor de groei van de jongen. Ook na de bevalling hoeft men zich dan minder zorgen te maken over de vetreserve van het dier.

Wanneer al deze factoren in orde zijn kan men een kweekpoging gaan ondernemen. Deze poging begint in Oktober wanneer het aantal uren licht per dag wordt verminderd van ongeveer 15 naar 9 uur per dag. Dit kan je afbouwen in twee tot drie weken, maar andere kwekers laten dit abrupt gebeuren. Wanneer men geen gebruik van lampen maakt, maar het licht via een raam van buiten komt zullen de dieren hier in September al op kunnen reageren.

Men kan er voor kiezen om een voedselstop te houden (vooral voor de mannen) om een vetcyclus te stimuleren of om de dieren actiever te krijgen (vooral de mannen). Ander kwekers laten de dieren tijdens de paarperiode gewoon dooreten.

Je kan er ook voor kiezen om tijdens de paarperiode de temperatuur met 5 graden dag en nacht te verlagen gedurende de acht tot tien weken dat de lichten maar 9 uur per dag branden. Andere kwekers beweren dat dit niet nodig is en dat andere er mee kweken ondanks een niet noodzakelijke afkoeling.

Meerdere mannen zijn niet nodig om met Boa Constrictors te kweken. Volgens een grote Amerikaanse kweker (Jeff Ronne) zou het gebruik van meerdere mannen een averechts effect hebben op het aantal paringen. De mannen zijn dan meer met elkaar bezig dan met de vrouwen.
Het beste is om een man bij een vrouw te zetten aan het begin van de cyclus (begin Oktober). Wanneer dit binnen drie dagen geen enkel effect heeft dan kan je de man weghalen en hem drie weken later weet herintroduceren. Dit kan principe kan verschillend keren worden herhaald totdat er wel een reactie plaatsvindt.

Wanneer een man geïnteresseerd is zal hij over de vrouw heen kruipen en haar met zijn klauwen tot paring te stimuleren. Wanneer de vrouw er (nog) niet aan toe is zal ze dit het mannetje duidelijk maken door met haar staart te slaan en proberen weg te kruipen.
De mannen kunnen echter erg volhardend zijn en vaak worden er dan toch paringen waar genomen. Je kan er dan voor kiezen om de man weer een paar weken apart te huisvesten en te wachten tot het vrouwtje er wel klaar voor is. Wanneer een vrouw klaar is om te paren zal zij zich niet erg veel verzetten tegen de man en zal zij haar staart op laten tillen door de man, waardoor de cloaca vrij komt. Een paring zal daar snel op volgen.
De paringen duren van enkele minuten tot enige uren en vinden meestal in de nacht plaats. In de eerste dagen na de introductie van de man zullen er vaak ook meerdere paringen kunnen worden waargenomen. Het aantal paringen en de paarpogingen nemen na een paar dagen af, waardoor het handig is om de man weer voor een paar dagen apart te huisvesten en dan opnieuw te introduceren. Vaak heeft dit weer een positieve invloed op het aantal paringen dat wordt waargenomen.

Na een aantal weken zal de bereidheid om te paren bij de man afmenen en geheel verdwijnen.

Het is dan nodig om de vrouw in de gaten te houden of ze tekenen van drachtigheid gaat vertonen. Voordat ze deze tekenen zal vertonen zal ze eerst nog ovuleren, wat er uit ziet als een duidelijke verdikking net over de helft van haar lichaam. Het kan zijn dat dit twee keer wordt waargenomen.
De verdikking zal ongeveer 20 tot 48 uur aanhouden. Na deze ovulatie zal de vrouw vervellen wat langer duurt dan een normale vervelling. De eerste tekenen van de dracht is dat de vrouw donkerder uit de vervelling komt. Andere tekenen zijn: stoppen met eten, het zoeken van een warmere plaats in het terrarium en het langzaam dikker worden van het achterlichaam.

De totale dracht zal 123 dagen (plus/minus 5 dagen) duren. Tijdens de dracht zal de vrouw niet veel van plaats wisselen. De eerste tekenen dat de vrouw over niet te lange tijd zal gaan bevallen is het opzoeken van een koelere plaats in het terrarium een tot drie weken voor het werpen van de jongen.
1 tot 7 dagen voor de bevalling zal de vrouw onrustig worden en door het terrarium kruipen op zoek naar een goede plaats om haar jongen te werpen. Wanneer men een plastic bak in het terrarium plaatst zullen veel vrouwen hier gebruik van maken.
De jongen worden vaak ook in de nacht of vroege ochtend geworpen. Ook is het opvallend dat ze haar jongen vaak zal werpen als de barometer laag staat, wat overeen komt met slecht weer. Een verklaring zou hiervoor zijn dat de geur snel van de jongen afspoelt nadat ze zijn geboren, waardoor vijanden ze minden snel kunnen ontdekken.

Het werpen van de jongen kan van 10 minuten tot meerdere uren duren. Hoe meer van de worp onbevrucht is, hoe sneller de bevalling over het algemeen zal gaan. De jongen kunnen een voor een worden geboren, maar kunnen ook met meerdere tegelijk ter wereld komen.

Wanneer de vrouw een korte drachtperiode heeft ondergaan zullen de jongen vaker nog in het vliesje zitten dan wanneer de drachtperiode aan de lange kant is.

Er worden gemiddeld ongeveer 20 tot 30 jongen geboren afhankelijk van de grootte en leeftijd van de vrouw. De grootste worpen bekend bestaan uit 60 jongen. De jongen zullen na 9 of 10 dagen voor de eerste keer gaan vervellen en na deze vervelling kan men proberen om de jongen te voeren. Meestal zal dit geen problemen opleveren.
Back to Boa's