De
Madagaskische boa’s (Acrantophis, Sanzinia)
Met speciale aandacht voor de Dumerils boa
Joris
van der Hilst
Inleiding
Toen ik mijn dieren (Boa/Acrantophis Dumerili) in 1995 kocht begon
de kweek in Nederland op te komen. Inmiddels is dat wel anders. Op
dit moment wordt er op vrij grote schaal met deze dieren gekweekt.
Dat komt omdat het aanbod groot is enomdat deze slang makkelijk te
houden is. Zo was de prijs voor een jong exemplaar in 1995 rond de
duizend gulden en schommelt hij momenteel rond de driehonderd gulden,
wat voor de meeste hobbyisten wel op te schrokken is.
Geslacht
Ten oosten van Zuid-Afrika ligt het eiland Madagaskar in de Indische
Oceaan. Het eiland herbergt een hoop aantal dieren die alleen maar
daar voorkomen. Ook op het gebied van reptielen. Denk maar aan de
verschillende soorten daggekko’s en kameleons. Zo komen er ook drie
soorten boa’s voor
| |
|
|
 |
Madagaskar
hondskopboa |
Sanzinia
Madagascariensis, tegenwoordig ook wel Boa Mandrita |
 |
Madagaskar
grond boa |
Acrantophis
Madagascariensis, tegenwoordig ook wel Boa Madagascariensis |
 |
Dumerils
grond boa |
Acrantophis
Dumerili, tegenwoordig ook wel Boa Dumerili |
De
Madagaskar hondskopboa
Deze boa heeft een groot verspreidingsgebied en is in minimaal drie
kleurvarianten te vinden:
De
groene variant die wat zuidelijker voorkomt.
De bruine variant, die noordelijker te vinden is inclusief het
eilandje Nosy-Be ten noordwesten van Madagaskar. Deze variant wordt
ook wel mandarijn fase genoemd.
De grijze variant, die met zijn 130 cm een stuk kleiner blijft
dan de andere twee varianten die twee en een halve meter kunnen worden.
Ondanks
de Nederlandse naam doet vermoeden (Madagaskar Hondskopboa) zijn volwassen
dieren primair grondbewoners.
Het kweken met de bruine variant is volgens een normale winterafkoeling
te bewerkstelligen, maar het kweken met de groene variant blijkt op
die manier toch wel wat problematischer te zijn.
Dit zou kunnen komen doordat de groene variant zuidelijker voorkomt
dan de bruine variant en dat de temperatuur in de winterperiode veel
lager is. Als je die gegevens combineert met het feit dat de zomer-winter
periode op Madagaskar in vergelijking met Nederland precies het tegenovergestelde
is, dan valt dit te snappen.
Ze
zijn dus veel moeilijker te foppen doordat hun jaarritme veel sterker
is. Zelfs in gevangenschap gekweekte dieren zijn moeilijk aan te zetten
tot een succesvolle kweekpoging na een winterafkoeling.
Dit wordt gekenmerkt door veel onbevruchte worpen en geresorbeerde embryo’s.
Een zomerafkoeling kan in de maanden Juni en Juli kan uitkomst bieden.
Wat
opvallend voor deze dieren is dat drachtige dieren donkerder van kleur
worden. Dit kan variëren van donkergroen tot tegen het zwarte aan.
De meeste jongen van de groene variant worden in de maanden Januari
tot en met Maart geboren.
De jongen zijn dan een bruin/rode van kleur met de kenmerkende witte
vlekken al in het patroon aanwezig. Met het kweken van de grijze variant
is mij op dit moment nog niets bekend.
Net
zoals de andere Madagaskische soorten is het houden van meerdere mannen
een must bij het succesvol kweken met Sanzinia’s. Gevechten tussen mannen
zullen zich ongetwijfeld voordoet, met of zonder vrouw(en) in de buurt.
Bij deze gevechten, waarbij ze om elkaar heen draaien en elkaar tegen
de grond aan willen drukken, zullen ze elkaar niet verwonden.
Het
aantal jongen dat wordt geboren kan variëren van twee tot zestien per
worp, afhankelijk van de leeftijd, grootte, gezondheid, etc.
De Madagaskar grond boa
Deze boa valt onder hetzelfde geslacht als de Dumerils boa en bevolkt
het tropisch noordelijk gedeelte van het eiland.
Er zijn exemplaren bekend van 320 cm, maar 210-275 is normaler.
Dit is een van de weinige dieren op Madagaskar die zich goed heeft aangepast
aan de vernietiging van het oorspronkelijke leefklimaat. Ze worden vooral
gevonden in de buurt van landbouwgrond, maar ook in tuinen kunnen ze
worden aangetroffen.
De
plaatselijke bevolking laat dit dier met rust, omdat ze denken dat het
een reincarnatie is en hun krachten geeft. Deze soort wordt ook minder
vaak aangeboden dan de Dumerils Boa. Dat komt mede omdat de kweek met
deze dieren is een stukje lastiger dan die van de Dumerils Boa.
Zoals
bij veel Boa en Python soorten is het noodzakelijk of in ieder geval
stimulerend om met meerdere mannen te hebben om met deze dieren te kweken.
Over de duur van de dracht is nog enige onduidelijkheid.
De literatuur vermeldt een draagtijd van ongeveer acht- negen maanden,
maar volgens Verstappen is dit onjuist omdat het dikker worden van de
slang in het begin wordt veroorzaakt door het rijpen van de follikels
en dat dit wordt aangezien als dracht.
Ultrageluid heeft laten zien dat de dracht voor deze dieren niet langer
bedraagt dan vijf-zes maanden, wat gebruikelijk is voor deze dieren.
Het
aantal jongen dat deze soort krijgt ligt tussen de twee en zeventien.
De meeste literatuur vermeldt aantallen tussen de twee en zes, maar
dit geldt alleen voor de eerste worpen.
Opvallend is ook de geslachtsverhouding van de jongen. In veruit de
meeste worpen is het aantal mannen veel groter dan het aantal vrouwen,
vandaar dat er meer mannen worden aangeboden dan vrouwen. Ook opvallend
is de grootte van de jongen. Deze kunnen tot een lengte van 70 centimeter
geboren worden.
Doordat
het aanbod laag is zijn de prijzen vrij hoog. Jonge dieren zijn op het
moment ongeveer duizend guldens.
De
Dumerils boa
De Dumerils boa komt op drie afzonderlijk plaatsen voor. Deze plaatsen
liggen aan de westkant van het eiland en twee van de drie liggen zuidelijk.
Ondanks het kleine verspreidingsgebied, zijn er toch veel exemplaren
in gevangenschap. Dit duidt er op dat er de laatste jaren goede kweekresultaten
zijn behaald.
Volwassen
dieren zijn 170-210 cm en hebben een robuuste vorm. Wat ook direct opvalt
is de korte staart, die doet denken aan die van de bloedpython.
De
grondkleur is voor alle dieren hetzelfde: een donkerbruin patroon met
wittige vlekken aan de zijkant. Er kan echter wel variatie in kleur
optreden. Zo zijn er dieren met een oranje, roodachtige gloed en er
zijn dieren die een wittige, rozige gloed.
Alle drie de soorten staan op Appendix 1 lijst van de Convention in
the Trade of Endangerd Specimens of wild Flora and Fauna vermeld, waardoor
het exporteren van deze dieren legaal onmogelijk is.
Klimaat
Het klimaat van Madagaskar is vanwege de grootte van het land moeilijk
uit te drukken. Om het wat overzichtelijker te maken deel ik het land
in vier delen, namelijk: het Noordwesten, het Noordoosten, het Zuidwesten
en het Zuidoosten.
Het
Noordwesten is tropisch warm en redelijk vochtig. De temperatuur
is door het jaar heen ongeveer 25-30 graden en in het winterseizoen
20-25 graden. Er is een scherp regenseizoen van november tot maart.
Het
Noordoosten is tropisch warm en zeer vochtig. Vanwege de passaatwinden
regent het bijna altijd aan de oostkust.
Het
Zuidwesten is droog en wat koeler dan het noorden. Door het jaar
heen zijn er gebruikelijke temperaturen van 25-30 graden en in het winterseizoen
15-20 graden.
Het
Zuidoosten is net als het Zuidwestelijk deel koeler dan het noorden
en net als het Noordoostelijk deel erg vochtig.
Hierbij
moet wel worden opgemerkt dat het zomer- en winterseizoen precies het
tegenovergestelde is dan dat van Nederland. Is het hier zomer dan is
het daar winter en andersom.
Huisvesting
De huisvesting en verzorging van de Dumerils Boa komt in grote lijnen
overeen met de Boa Constrictor. Het grootste verschil is dat Boa Constrictors
veel vaker de hoogte van de bak opzoeken en dat daar in de bouw van
het terrarium rekening mee moet worden gehouden.
Omdat
volwassen dieren kleiner blijven dan volwassen Boa Constrictors zal
de minimale lengte en breedte van het terrarium ook iets kleiner zijn.
Als minimum maat voor volwassen exemplaren zou ik de volgende maten
aan willen geven: 100x40x40, LxBxH. Zal het terrarium kleiner zijn is
de kans groot dat ze in hun eigen ontlasting gaan liggen waardoor de
kans op huidaandoeningen groter zal worden.
Er
hoeft geen grote waterbak aanwezig te zijn, omdat gezonde dieren daar
geen gebruik van zullen maken.
Een schuilplaats moet standaard in elk terrarium aanwezig zijn, zo ook
voor deze dieren. Het karakter kan erg uiteenlopend zijn, maar over
het algemeen zullen volwassen dieren niet agressief reageren.
Persoonlijk raak ik mijn dieren altijd eerst met een pincet aan, omdat
de schrikreactie er dan vanaf is.
De
temperatuur in het terrarium wordt verkregen door middel van lampen
gecombineerd met een warmtemat op de bodem van het onderkomen. De lampen
zijn aangesloten op een thermostaat die op 29 graden staat afgesteld.
De warmtemat staat op 32 graden afgesteld en blijft 24 uur per dag aan.
Doordat de lampen s’nachts uit springen door gebruik te maken van een
tijdklok zakt de temperatuur dan tot ongeveer 24 graden.
Voedsel
Volwassen dieren zijn over het algemeen goede eters, die veel verschillende
prooidieren aan zullen nemen.
Het meest voor de hand liggende voedsel voor deze dieren zijn ratten,
in verband met hun grootte, die ze zonder problemen naar binnen zullen
werken.
Jonge dieren zijn over het algemeen ook geen probleemeters, maar enkele
exemplaren kunnen nog wel eens koppig zijn. Het is dan raadzaam om verschillende
prooidieren te gebruiken.
Ook
zijn er dieren bij die een dode prooi niet accepteren en andersom. Creativiteit
biedt vaak de uitkomst. Een tip voor echt hardnekkige dieren is het
gebruik maken van een bodemmateriaal waar ze volledig onder weg kunnen
kruipen. Je ziet dan meestal alleen het puntje van de snuit er boven
uit komen. Op deze manier voelen de jonge dieren zich erg veilig en
wordt daardoor de kans vergroot dat dieren hun prooidieren wel aanpakken.
Overwintering
De overwintering is qua temperatuur hetzelfde voor mijn Dumerils als
voor mijn andere Boa’s. Of deze afkoeling noodzakelijk is om een succesvol
kweekresultaat te verkrijgen is een tweede.
Vaak hoor ik verhalen van mensen die even succesvol gekweekt hebben
zonder ook maar iets te veranderen. In mijn geval heb ik de dieren afgekoeld
tot minimaal 18 graden in de nacht gedurende tien weken. Ze hebben overigens
wel altijd de mogelijkheid gehad om zich op een ingebouwde bodemverwarming
tot 32 graden op te warmen, wat ze zelden deden.
Als
we gaan kijken naar de temperatuur in het wild dan zie je dat de dieren
die in de zuidelijke populatie leven een grotere afkoeling te wachten
staat dan dieren uit de noordelijkere populaties.
Temperaturen onder de 18 graden zijn dan niet ongewoon. Maar dan weer
aan de andere kant, waarom zou je de dieren afkoelen met alle risico’s
bovendien als er ook goede resultaten worden behaald zonder temperatuursschommeling.
De dieren worden tijdens de afkoeling van elkaar gescheiden.
De
paringen
Gedurende de winterperiode hebben de dieren voor zover mogelijk was
apart gezeten. Op het moment dat de winterrust voorbij is en de temperatuur
weer gaat stijgen, breekt de paarperiode aan.
De mannen worden vanaf dat moment samen met de vrouwen in een terrarium
geplaatst. Ze reageren daar dan onmiddellijk op door over de rugzijde
van de vrouwen te kruipen en ze te stimuleren met hun "klauwen".
Ook zullen ze proberen met hun staart om die van de vrouw heen te draaien,
teneinde een paring te bewerkstelligen.
In
de weken die daar op volgen kunnen meerdere paringen worden gezien.
Het werk zeker stimulerend als je de mannen tussen door een paar dagen
apart zet en ze dan opnieuw introduceert, als je een van de mannen een
paar dagen apart zet of als de vrouw vervelt.
De
dracht
Over de dracht kan ik heel weinig woorden vuil maken. Vanaf half Januari
is de vrouw op de bodemverwarming gaan liggen en weigerde vanaf Februari
al het voedsel dat werd voor geschoteld.
Bij verschillende pogingen reageerde ze zelfs erg agressief op het prooidier,
door luid te blazen en uit te vallen naar de prooi.
Vanwege de forse bouw van deze boa kon ik niet direct een verdikking
zien, maar gedurende de dracht werd deze wel zichtbaar, enerzijds door
de groeiende embryo’s, anderzijds door de afname van de hoeveelheid
vet die onder de huid is opgeslagen.
Half
Juli begon ze ook de koelere kant van het terrarium op te zoeken. Dit
is voor mij een teken dat het werpen van de jongen niet heel lang meer
op zich zal laten wachten.
De
jongen
Zoals gebruikelijk bij boa’s werpen de vrouwen hun jongen zeer vroeg
in de ochtend. Ook deze keer was het klaargelegde fototoestel verspilde
moeite.
Op
30 Juli om half acht in de morgen werden de jongen ontdekt. Er lagen
in totaal acht levende jongen en twee onbevruchte eieren verspreid door
het terrarium.
Dit is een redelijk hoog aantal voor een eerste worp als je weet dat
het gemiddelde rond de tien jongen ligt. Er zijn zelfs worpen bekend
van onder in de twintig jongen.
De
jongen waren erg rustig en deden geen enkele poging om zich te verdedigen
tijdens het oppakken en verplaatsen. De jongen waren ongeveer 37 cm
en net als de ouderdieren fors gebouwd.
Iets kleiner dan de gemiddelde jonge Boa Constrictors.
De
geslachtsbepaling werd door middel van sonderen gedaan en het bleken
vier mannen en vier vrouwen te zijn. Een second opinion door middel
van "strijken" leverde hetzelfde resultaat op.
Strijken is een methode waarbij je met je wijsvinger over de startbasis
van de slang richting de staartpunt wrijft. Bij een mannelijk dier voel
je dan de hemipenissen wegschieten.
Deze methode kan bij vele soorten, zowel bij jonge als oudere boa’s
worden gehanteerd.
De
jonge dieren werden per twee (als je de mogelijkheid hebt om ze apart
te huisvesten moet je dit zeker doen in verband met stress en voeren)
gehuisvest in een plastic bak met daarin alleen een kleine waterbak.
Als bodemmateriaal werd gebruik gemaakt van een hele fijne vorm van
beukensnippers. Op die manier kunnen de jongen zich ingraven, wat ze
ook zeker doen, zodat ze zich veilig voelen. Hebben ze niet de mogelijkheid
om zich in te graven dan is het aan te raden om op een andere manier
een schuilplaats te creëren.
Ze
worden verwarmd door de kamertemperatuur die overdag 27 tot 30 graden
en in de nacht zakt naar ongeveer 24 graden. Omdat de jongen na vier
weken nog niet waren verveld heb ik een eerste voerpoging ondernomen.
Op 24 Augustus werden in elke bak twee levende ratjes gedaan die niet
dikker waren dan de diameter van de slang zelf.
De jongen gedroegen zicht bijzonder agressief tegenover de prooidieren
en vijf van de acht begonnen na een tijdje spontaan met eten. De overige
drie zijn een week later begonnen, met net gedode prooien.
Zowel
muizen als ratten worden als voedsel geaccepteerd.
Na bijna twee maanden zijn de jonge Dumerils dan toch verveld. De eerste
vervelde op 22 September. De rest is in de loop van de week verveld.
De jongen begonnen vrijwel direct met eten.
Nawoord
Ondanks het feit dat ik dankzij ervaring en het lezen van literatuur
het een en ander wijzer ben geworden wil ik iedereen vragen mij informatie
te verstrekken over al dan niet geslaagde kweekpogingen met deze soort
zodat het een en ander nog iets duidelijker kan worden.
Alle
informatie omtrent het houden, verzorgen, het voedsel en de voedselaanname,
de afkoeling, de dracht, de jongen etc. is zeer welkom.
|