|
Joris
van der Hilst
Het
houden, verzorgen en kweken met de Koningspython
Inleiding
De koningspython is al ruim 25 jaar bekend bij hobbyisten. Het was
dan ook een van de eerste pythonsoorten die werd geimporteerd voor terrariumhouders.
Nog steeds wordt deze soort nog massaal geimporteerd vanuit het land
van oorsprong. Vooral uit Togo, Ghana en Benin komen er nog steed regelmatig
dieren binnen. Er is zelfs een steiging van import dieren te melden
de laatste jaren. Werden er in 1983 er nog maar 6.000 dieren geimporteerd,
in 1998 waren dat er al meer dan 44.000 en de laatste jaren zelfs over
de 100.000 dieren.
Lang werd de Koningspython verkocht als een goede beginnersslang. Dat
kwam onder andere door het rustige karakter van de slang. Wanneer een
koningpython zich bedreigd voelt zal hij in plaats van uit halen zichzelf
op rollen tot een bal met zijn kop in zijn lichaamslussen verstopt.
Vandaar dat deze soort ook wel als Bal Python door het leven gaat.
Vooral wildvangdieren vertonen dit gedrag. Toch hadden veel mensen moeite
om deze dieren aan het eten te krijgen en een aantal dieren hield dat
ook maanden vol, dit tot wanhoop van veel hobbyisten. Ook hadden veel
dieren last van zowel inwendige als uitwendige (teken) parasieten. Veel
van deze dieren zijn niet oud geworden.
Ondanks de vaak tegevallende resultaten heeft deze slang nooit aan populariteit
in hoeven boeken. Waarschijnlijk toch vanwege zijn rustige karakter,
zijn betaalbaarheid en natuurlijk vanwege zijn uiterlijk. Ook worden
er hedentendagen goede resultaten gehaald en zijn nakweekdieren ook
steeds vaker voor handen.

Classificatie
De Koningspython (Python Regius) is samen met de Angola Pythons
(Python Anchietae) de kleinste uit de familie beginnen met de naam Python.
De Angola Pythons ligt genetisch het dichts bij de Koningspython en
ze lijken in veel opzichten ook op elkaar.
De andere soorten van de familie Python zijn: Python Curtis, Python
Molurus, Python Reticulatus, Python Timoriensis, Python Nataliensis
en de Pythons Sebae. De twee laatst genoemde soorten komen samen met
de Python Anchietae eveneens voor in Afrika.
Ook komt er nog een andere pythonsoort voor in Afrika. De Aardpython
(Calabaria Reinhardii) komt voor in o.a. Kameroen en overlapt gedeeltelijk
het verspreidingsgebied van de Koningspython.
Uiterlijk
De koningspython is een kleinblijvende soort die gemiddeld rond de 110
cm tot 150 cm lang kan worden. In extreme gevallen kan hij zelfs over
de 180 cm worden. Het normale patroon
van de Koningpythons betaat uit een donkere kop met aan beide zijde
door de ogen heen lopend een lichtere smalle streep, die bij de snuit
begint en aan de achterkant van de kop eindigt. De ondergrond bestaat
uit een gelige tot donkerbruine kleur met een donkerbruin tot zwart
patroon en de buik is wit of creme kleurig. De staart is kort en gespierd.
Volwassen dieren wegen tussen de 1.3 en 3.7 kilo.
Verspreidingsgebied
De koningspython heeft een groot verspreidinggebied dat zich van
Midden-west tot Centraal Afrika uitspreidt. Het gaat dan om de volgende
landen: Senegal, Gambia, Ivoorkust, Burkina Faso, Kameroen, Zaire, Uganda,
Gabon, Guinea, Kongo, Liberia, Mali, Sierra-Leone, Ghana, Nigeria, Togo
en Benin. Het verspreidingsgebied bestaat vooral uit savanne achtige
terreinen met veel grassen tot tropisch regenwoud met een voorkeur voor
de overgangsgebieden. Het verspreidingsgebied wordt aan de noordelijke
kant afgeschermd door de Sahara en aan de Zuidelijke kant door tropisch
regenwoud. De koningspythons is niet zeldzaam in het wild.
In Ghana is vastgesteld dat er ongeveer 2,3 dieren per hectare, in een
voor Koningspython toereikend biotoop, voorkomen. Als men dan naar de
totale oppervlakte kijkt, dan kunnen er in Ghana tussen de 6 en 18 milioen
dieren in het wild voorkomen.
Geslachtsonderscheid
Het is bij Koningspythons erg moeilijk om het geslacht te bepalen aan
de hand van de rudimentaire sporen/klauwen. Toch hebben de mannen over
het algemeen langere sporen/klauwen dan vrouwen. De beste methode voor
de geslachtbepaling is sonderen. Bij mannen komt men ongeveer tot een
diepte van 10 schubben en bij vrouwen vaak niet verder dan 3 schubben.
Dit moet wel voorzichtig gebeuren en het liefst door iemand die al vaker
Koningspythons heeft gesondeerd, omdat deze soort moeilijker te sonderen
is dan veel andere pythons soorten. Wanneer men volwassen dieren heeft
kan men de geslachten onderscheiden door de grootte van de dieren. Een
vrouw wordt namelijk groter dan een man en hele grote exemplaren blijken
ook altijd vrouwen te zijn.
Gedrag
De koningspython is een grondbewoner. In het wild wordt hij vaak aangetroffen
in verlaten termieten heuvels. Ook spelen termieten heuvels een belangrijke
plaats met het uitbroeden van de eieren. Naast termieten heuvels zijn
er natuurlijk ook nog andere schuilplaatsen. Onder takken, in rotsspleten
en ook in gebieden waar mensen wonen komt men deze dieren tegen. In
gevangenschap zullen ze ook een zeer groot gedeelte van de tijd in hun
schuilplaats doorbrengen. Koningspythons zijn schemeraktieve en nachtaktieve
dieren. In de droge periode zijn de dieren relatief rustiger dan in
anders.
Zoals al is vermeld zullen deze dieren wanneer ze zich bedreigd voelen
zich op rollen met hun kop tussen de lussen verborgen. Veel wildvangdieren
zullen dit gedrag in het begin vertonen. Wanneer men ze regelmatig hanteerd
zullen ze zich na verloop van tijd minder bedreigd voelen als men de
dieren oppakt, waardoor ze dit gedrag nog maar zelden zullen vertonen.
Nakweek dieren zullen dit gedrag alleen de eerste weken tot maanden
vertonen, waarna ze zeer gemakkelijk te hanteren zijn. 
Voedsel
In het wild eten Koningspythons vooral zoogdieren en vogels. In gevangenschap
kan men ze muizen, ratten etc. voeren.
In gevangenschap kunnen vooral net geimporteerde wildvangdieren lastige
eters zijn. Ze kunnen vaak maanden hun prooien weigeren. Dit kan verschillende
oorzaken hebben. Het kan zijn dat een vrouw eieren moet gaan leggen,
het kan een combinatie van stress met daaraan gekoppeld een slechte
conditie plus inwendige parasieten, het kan aan de omstandigeheden in
het terrarium liggen (te warm/koud of geen schuilplaats) of ze willen
niet eten vanwege het paarseizoen, dat van September tot Januari loopt.
Een feit is dat men de dieren alleen aan het eten krijgt wanneer ze
zich op hun gemak voelen. Zorg er daarom voor dat geimporteerde dieren
de eerste weken met rust worden gelaten.
Denk eraan dat er regelmatig dieren worden ingevoerd die uit kweekfarms
komen. Men wil doen overkomen dat deze dieren dan in het land van herkomst
gekweekt worden om dan vervolgens hier aan de man te brengen. In feite
gaat het hier om jonge dieren, waarvan de moeder als drachtig dier in
het wild is gevangen en de eieren in de "kweekfarm" heeft
gelegd.
De eieren worden dan daar kunstmatig uitgebroed, waarna de dieren worden
geimporteerd. In feite zijn deze niet in gevangenschap gekweekt, maar
in gevangenschap geboren.
Huisvesting
De grootte van het terrarium is mede afhankelijk van de lengte van de
slang en de hoeveelheid dieren die men wil gaan houden. Wanneer men
dieren apart wil huisvesten moet men rekenen op een minimale lengte
van 100 cm voor volwassen dieren en een minimale breedte van 40 cm.
Omdat de Koningspython een bodembewoner is is alles boven de 30 cm goed
voor de hoogte.
Denk eraan dat dit minimale maten zijn en dat ik er vanuit ben gegaan
dat de dieren apart worden gehuisvest. Jonge dieren kunnen uiteraard
kleiner worden gehuisvest in bijvoorbeeld plastic dozen.
De inrichting van het terrarium moet bestaan uit een waterbak, een schuilplaats
en een bodemsubstraat.
Als bodemsubstraat kan je verschillende matrialen gebruiken. Zaagsel,
houtsnippers, zand, turf, en kranten kunnen worden gebruikt.
Als schuilplaats kan men een omgedraaide bloempot, een stuk kurk of
iets dergelijks nemen. De dieren zullen de meeste tijd hier in door
brengen. Grote kwekers in Amerika gebruiken een ladesysteem die zo laag
is dat het tevens als schuilplaats gebruikt kan worden.
Een waterbak moet altijd is het terrarium aanwezig zijn. Men kan gebruik
maken van een kleine waterbak, omdat deze dieren niet snel zullen gaan
baden. Dit doen ze alleen wanneer de luchtvochtigheid te laag is of
wanneer ze last van uitwendige parasieten hebben. Zorg er wel voor dat
je een waterbak gebruikt die de dieren niet om kunnen gooien, omdat
de bodem niet nat mag worden.
Wanneer men een hoger terrarium heeft kan men het een natuurlijk uiterlijk
geven door gebruik te maken van takken of planten. Dit is echter niet
noodzakelijk daar het bodembewoners zijn, maar ze zullen er wel gebruik
van maken. Ook een ligplank wat hoger in het terrarium zal in gebruik
worden genomen, zeker als daar een schuiplaats op is bevestigd, maar
is evenals een tak niet of ligplank niet noodzakelijk.
Temperatuur
In de zomermaanden kan men deze dieren overdag op temperaturen tussen
de 26 en de 30 graden houden en kan men een warmere plek van ongeveer
32 graden creeren met behulp van een lamp of via bodemverwarming. De
ideale nachttemperatuur ligt ongeveer op 24 graden in de zomermaanden.
wanneer men een lamp als verwarming/verlichting gebruikt kan men deze
in de zomermaanden rond de 14 laten branden. Een lamp of warmtemat/kabel
dient altijd aangesloten te worden op een thermostaat om niet voor onaangename
verassingen te komen staan.
Luchtvochtigheid
De luchtvochtigheid mag in de zomermaanden tussen de 60% en de 85% liggen.
Dit kan men gemakkelijk bereiken door een waterbak aan de warme kant
te plaatsen. Een nadeel hiervan is dat bacterien zich gemakkelijk kunnen
vermeerderen in warm water. Een betere oplossing is het sproeien van
het terrarium op een aantal plaatsen, waardoor de dieren zelf kunnen
kiezen of ze vochtig willen liggen of niet.
Aanzet
tot kweek
Koningspythons zijn rond het derde jaar geslachtrijp mits men ze redelijk
voert. Voor mannen kan dit zelfs een jaar eerder zijn. Als men met deze
soort wil gaan kweken moet men er voor zorgen dat de dieren in een goede
gezondheid verkeren en dat de vrouwen genoeg vetreserves hebben. Is
dit niet het geval, dan is het verstandig om een jaar over te slaan.
wanneer dit wel het geval is kan men proberen om ze tot kweken aan te
zetten door de temperatuur iets te gaan verlagen in combinatie met een
lage luchtvochtigheid. Wanneer men de luchtvochtigheid in de koelere
periode hoog houdt, kan dit luchtweg problemen veroorzaken. Je hebt
twee mogelijkheden om de dieren te koelen. Laat wel ten alle tijden
een waterbak in het terrarium staan. Bij de eerste methode houdt men
de dag temperatuur op 30 graden en gaat alleen de nacht temperatuur
terug naar rond de 20 graden s'nachts en bij de tweede methode laat
men de dag en nacht temperatuur met 3 tot 5 graden zakken tot 26 graden
overdag en 18 to 21 graden s'nachts. Deze periode van afkoeling start
in December en eindigt men in Februari of Maart.Andere kwekers starten
en eindigen deze periode twee maanden eerder. Deze periode kan men geleidelijk
in elkaar over laten gaan of plotseling.
In deze periode kan men de dieren gewoon proberen door te voeren, maar
veel dieren zullen automatisch hun prooien weigeren. Andere kwekers
zullen er voor kiezen om de dieren gedurende de koelere periode niet
te voeren. Ze stoppen twee weken voordat ze gaan koelen al met voeren
en starten het voeren weer wanneer ze de dieren weer opwarmen.
De meeste kwekers zorgen ervoor dat de dieren apart worden gehuisvest
gedurende de koelere periode, maar ook dit is niet echt noodzakelijk.
De
paringen
Wanneer men de dieren weer gaat opwarmen, kan men tegelijkertijd de
luchtvochtigheid weer toe laten nemen. Vanaf deze periode kan men de
man en de vrouw bij elkaar zetten. Dit resulteert vaak in paringen.
Het is erg helpvol om meerdere mannen te hebben om op die manier verschillende
mannen bij een vrouw te kunnen zetten.
Wanneer een vrouw moet gaan vervellen is het verstandig om de man apart
te zetten en pas weer te introduceren wanneer de vrouw net is verveld.
Dit geeft vaak een extra stimulans om te paren. De meeste paringen vinden
plaats van Januari tot April en vaak s'nachts of vroeg in de ochtend.
De
dracht
Wanneer een paring succesvol is geweest zal na verloop van tijd de vrouw
een warmere plek in het terrarium uitzoeken. De temeratuur van deze
plek zal rond de 32 graden liggen.
Tijdens het laatste gedeelte van de dracht kan ze met haar lichaam gedraaid
gaan liggen. Dit is met haar buik in de lucht en dit komt bij meerdere
python soorten voor. Ongeveer 24-42 dagen voordat ze haar eieren werpt
zal ze nog een keer gaan vervellen. Nadat ze verveld is kan men een
legplaats voor het vrouwtje creeren door middel van een plastic box,
gevuld met spagnum mos. In de box moet het 28 tot 30 graden zijn. Het
mos mag vochtig zijn, maar niet nat. Zeer waarschijnlijk zal ze hier
haar eieren in leggen.
De
eieren
De eieren worden tussen Januari en Juli gelegd. De vrouwtjes leggen
tussen de 2 en 16 eieren, met een gemiddelde van 5 to 8 eieren. Over
het algemeen kan gezegd worden dat grotere vrouwen meer eieren zullen
leggen.Wanneer het vrouwtje haar eieren heeft gelegd zal ze zich daar
omheen draaien.Wanneer de temeratuur te laag is zal ze met rillende
bewegingen (spiercontracties) voor wat extra warmte proberen te zorgen.
Dit rillen kan de temperatuur van de eieren met 3 graden verhogen. Ook
dit gedragen komt bij meerdere python soorten terug. Eventueel onbevruchte
eieren kan ze van haar worp verstoten. Vaak zijn deze eieren kleiner
dan normaal en is de schaal een stuk dunner. Een normaal ei is ongeveer
50 mm lang en wit van kleur. Wanner je het vrouwtje de eieren zelf laat
uitbroeden moet men de temperatuur rond de 31 graden in de nestbox houden
en de luchtvochtigheid ze hoog mogelijkzonder dat de eieren nat worden.
Je kan er ook voor kiezen om de eieren in een broedstoof uit de laten
broeden. Wanneer men dit doet kan men ze op een mengsel van water met
vermiculite leggen. Dit mengsel van water en vermiculite kan in staat
1:1 worden gemengd. Wanneer het vrouwtje de eieren al een paar uur gelegd
had voordet men de eieren vond, kleven ze aan elkaar vast. Probeer de
eieren dan niet los te maken maar leg ze als een klomp in de broedstoof
op het vermiculite.
De
Jongen
Na ongeveer 52 tot 65 dagen komen de eieren uit. Na het opensnijden
van de eieren met hun eitand kunnen ze nog twee dagen in het ei blijven
zitten. Nadat ze de eieren hebben verlaten kunnen sommige jongen nog
een gedeelte van de dooierzak niet verteerd hebben. Zet deze jongen
apart met als ondergrond een paar vochtige tissue en ze zullen dit binnen
een aantal uren vanzelf opnemen.
De diertjes zullen tussen de 36 en de 45 cm lang zijn en tussen de 42
en 73 gram wegen.
Alle
diertjes moeten kunnen op deze steriele manier de eerste weken worden
gehouden. Op deze manier worden ook infecties voorkomen. Ook moet men
de jongen in de eerste weken iets vochtiger dan normaal houden, omdat
de kans op uitdrogen dan groter is. Naast een tissue en een kleine waterbak
kan men het nieuwe ondeerkomen verder in orde maken door een schuilplaats
te creeren.
De
eerste prooien kan men na de eerste vervelling aanbieden. Meestal menen
ze een muisje zonder problemen aan. Sommige diertje kunnen echter hardnekkig
prooien blijven weigeren. Het is dan aan te raden om de diertjes met
rust te blijven laten en niet in paniek te raken. Probeer ze dan eens
met een andere prooi te voeren dan een muisje. Dwangvoeren moet men
echt als laatste redmiddel gebruiken en zal maar zeer zeldan nodig zijn.
Wanneer de jongen zonder problemen zelfstandig eten zullen ze in 6 maanden
tijd hun gewicht verdubbeld hebben. Na 1,5 jaar zullen ze meer dan 800
gram wegen en zijn ze binnen 3 jaar geslachtsrijp.
Tot slot
Koningspythons kunnen in gevangenschap leeftijden bereiken van meer
dan 25 jaar en kunnen op die leeftijd zelfs nog voor nakomelingen zorgen.
De oudste gedokumenteerde Koningspython heeft een leeftijd van meer
dan 47 jaar bereikt.
Wanneer men met deze soort wil beginnen, is het verstandig om nakweek
dieren te kopen. Deze dieren zijn veel gemakkelijker te houden en veel
opstart problemen kunnen op die manier worden voorkomen. Het kan zijn
dat nakweek dieren een stukje duurder zijn, maar beter iets meer betalen
voor een probleemloos dier, dan een hoop frustratie in huis halen.
|