Rainbow Boa
![]()
![]()
(Epicrates cenchria cenchria)
|
Een kijk op de verzorging en kweek Joris van der Hilst Inleiding
Een goed begin dus. Daarna ging het snel: verschillende ondersoorten melkslangen werden aangeschaft, maar mijn interesse voor boa's en pythons bleef groeien. Dat resulteerde in juni 1995 tot de aanschaf van twee koppels Braziliaanse regenboogboa's. De diertjes waren vijf weken oud en kwamen van een gerenommeerde kweker die toen nog in Den Haag woonde. De jongen kwamen uit twee verschillende worpen (ongeveer 20 jongen), zodat ik twee bloedlijnen had. De ouderdieren waren dieprood. De jongen hebben het vanaf de eerste dag goed gedaan. Geslacht
De Epicrates cenchria groep is weer onderverdeeld in negen ondersoorten, waarvan de Braziliaanse regenboogboa (Epicrates cenchria cenchria), de Colombiaanse regenboogboa (Epicrates cenchria maurus) en de Argentijnse regenboogboa (Epicrates cenchria alvarezi) de bekendste zijn. Hieronder een overzicht van de negen ondersoorten:
Huisvesting
Omdat de dieren snel groeiden, werden ze al vrij snel in een onderkomen van 60-40-30 cm geplaatst. Op de bodem lagen kranten en de dieren hadden de mogelijkheid om via een gat in de bodem naar een schuiflade te kruipen, waar ze ook vaak gebruik van maakten. Alle onderkomens waren verwarmd door middel van een warmtemat, waar een tegel op lag om de warmte goed te kunnen verspreiden. Ook
in dit onderkomen maak ik gebruik van een kleine waterbak die aan
de koelere kant van het onderkomen staat (dit om explosieve bacteriegroei
tegen te gaan). Nadat ze ook dat onderkomen ontgroeid, waren zijn
ze in een bak geplaatst van 100-40-40 cm. Verwarming/verlichting
Ondergrond
Het derde dat ik gebruikt heb zijn beukensnippers. Beukensnippers worden niet met de prooien mee opgegeten, nemen vocht op (dus geen vieze geurtjes), zijn makkelijk te verschonen, ziet er mooi uit en de dieren kunnen zich hier ook in verbergen (ligt ook aan de diepte). Voedsel
Na twee jaar kregen de mannen om de twee weken en de vrouwen elke week een rat aangeboden. Vanaf oktober kregen de mannen om de 5 weken een rat en de vrouwen om de twee weken. Overwintering
Er zijn geen lampen in de kamer of in het onderkomen dus verloopt het dag/nachtritme zoals eerder is gemeld via het raam. Het is dus duidelijk dat er in de zomer meer lichturen dan in de winter zijn. Vanaf half oktober ben ik de dag- en nachttemperatuur gaan afbouwen tot begin december. De temperatuur was in de maand December het laagst en lag toen overdag rond de 24 graden en daalde in de nachtelijke uren tot 17-18 graden. De bodemverwarming bleef altijd op 32 graden, maar de dieren maakte hier geen gebruik van. De dieren werden in deze periode ook niet gevoerd. De
paringen De
paringen die zijn gezien, hebben in alle dagdelen plaats gevonden,
ook in de middag. Voorafgaande aan de paringen kroop de man over de
vrouw en probeerde haar te stimuleren met zijn sporen/klauwen. De
vrouw bleef hier elke keer opvallend rustig onder. De
dracht Halverwege de maand januari werd het voor mij duidelijk dat de vrouw drachtig was. Ze koos ervoor om wat meer gebruik te maken van de warme kant van het onderkomen, ze nam geen voedsel meer aan (de man had er geen moeite mee) en een zwelling iets voorbij de helft van het lichaam werd zichtbaar. Vanaf maart lag de vrouw constant aan de warme kant. Diverse metingen gaven aan dat ze haar lichaamstemperatuur op die manier verhoogde tot 31,5 graden. De zwelling werd ook langzaam maar zeker groter. Op 2 April vervelde de vrouw. In de meeste gevallen duurt het bij boa dan niet meer zo lang voor ze de jongen werpen. Na 4 weken waren er echter nog geen jongen geboren. Wel was de zwelling, die al die tijd door bleef groeien, wat verder richting de cloaca verschoven. Wat ook opvallend was is het feit dat de vrouw vanaf de vervelling niet meer aan de warme kant te vinden was. Van een bak met vochtige houtkrullen dat in het onderkomen werd gezet maakte ze geen gebruik. Vaak hoor je dat een vrouw erg onrustig wordt vlak voordat ze haar jongen moet werpen, maar dat kan in dat geval niet gezegd worden. Ze was even rustig als anders. De
jongen Het
was met 21 jongen ook zeker geen slechte worp ( max. 35). Na
een week gingen de eerste jongen de "blauwe fase" in, waarna ze probleemloos
vervelden. Ook over de voedselaanname had ik niet te klagen. Alle
jongen aten na de vervelling (sommige zelfs nog voor de vervelling)
zelfstandig halfwas muisjes die levend werden aangeboden. Ondertussen
heb ik nog een volwassen vrouw aangeschaft en heb ik zelf ook nog
twee jonge dieren van mijn eigen nakweek gehouden. Ik heb ondertussen ook nieuwe onderkomens voor de ouderdieren gemaakt. Ze zitten nu in volglas onderkomens van 200-80-65 cm (lbh) en doen het hier ook prima in. Conclusies
Literatuur
Captive Husbandry and Propagation of the Boa Constrictor and Related Boas, David Fogel The Completely Illustrated ATLAS of Reptiles and Amphibians for the terrarium Slangen, Chris Mattison Rainbow boas; Reptile Hobbyist, March 1998 Weer- en klimaatgids voor de wereldreiziger, Maria Harding Captive maintenance and propagation of the Brazilian rainbowboa (Epicrates Cenchria Cenchria); Reptiles magazine, August 1994, Scott P. Schuett |