Back to homepage


Rainbow Boa


(Epicrates cenchria cenchria)

Een kijk op de verzorging en kweek

Joris van der Hilst

Inleiding
In 1994 kreeg ik de kans om slangen te gaan houden. Daarvoor had ik verschillende soorten reptielen gehouden waaronder varanen, teju's, skinken, gekko’s, leguanen en landschildpadden.
Mijn oog viel meteen op de boa- en pythonfamilie, maar om rustig te beginnen kocht ik een koppel Californische koningsslangen, die na een paar weken al eieren legden.

Een goed begin dus. Daarna ging het snel: verschillende ondersoorten melkslangen werden aangeschaft, maar mijn interesse voor boa's en pythons bleef groeien. Dat resulteerde in juni 1995 tot de aanschaf van twee koppels Braziliaanse regenboogboa's.

De diertjes waren vijf weken oud en kwamen van een gerenommeerde kweker die toen nog in Den Haag woonde. De jongen kwamen uit twee verschillende worpen (ongeveer 20 jongen), zodat ik twee bloedlijnen had. De ouderdieren waren dieprood. De jongen hebben het vanaf de eerste dag goed gedaan.

Geslacht
De Braziliaanse regenboogboa (Epicrates cenchria cenchria) behoort tot de Epicrates groep die voorkomt in Zuid-Amerika en de Caribische eilanden.
De Braziliaanse regenboogboa komt in Zuid-Venezuela, Guyana, Suriname en in het Amazonegebied voor, en er is een rode en een oranje fase bekend. Het geslacht is onderverdeeld in tien verschillende soorten:

 Epicrates angulifer Cubaanse boa
 Epicrates cenchria Regenboogboa
 Epicrates chrysogaster Eiland boa
 Epicrates exsul Abaco Eiland boa
 Epicrates fordii Grond boa
 Epicrates gracilis Wijn boa
 Epicrates inornatus Puerto Rico boa
 Epicrates monensis Eiland boa
 Epicrates striatus Verschilt
 Epicrates subflavus Jamaica boa

De Epicrates cenchria groep is weer onderverdeeld in negen ondersoorten, waarvan de Braziliaanse regenboogboa (Epicrates cenchria cenchria), de Colombiaanse regenboogboa (Epicrates cenchria maurus) en de Argentijnse regenboogboa (Epicrates cenchria alvarezi) de bekendste zijn. Hieronder een overzicht van de negen ondersoorten:

 Epicrates cenchria alvarezi Argentijnse regenboogboa
 Epicrates cenchria assisi Campina Grande regenboogboa
 Epicrates cenchria barbouri Marajo eiland regenboogboa
 Epicrates cenchria cenchria Braziliaanse regenboogboa
 Epicrates cenchria crassus Paraguayaanse regenboogboa
 Epicrates cenchria gaigei Peruviaanse regenboogboa
  Epicrates cenchria hygrophilus Oostelijke regenboogboa
  Epicrates cenchria maurus Colombiaanse regenboogboa
 Epicrates cenchria polylepis Minas Gerais regenboogboa

Huisvesting
De jonge boa's werden afzonderlijk in plastic bakjes (30-20-15 cm) gehuisvest met ventilatie-openingen in de deksel. In de bakjes stond een kleine waterbak en een warmtekabel liep onder de bakjes door. Verder hield ik een kant van het bakje vochtig. Het bodemmateriaal varieerde nogal. Zo werden onder andere zaagsel en beukensnippers gebruikt.

Omdat de dieren snel groeiden, werden ze al vrij snel in een onderkomen van 60-40-30 cm geplaatst. Op de bodem lagen kranten en de dieren hadden de mogelijkheid om via een gat in de bodem naar een schuiflade te kruipen, waar ze ook vaak gebruik van maakten. Alle onderkomens waren verwarmd door middel van een warmtemat, waar een tegel op lag om de warmte goed te kunnen verspreiden.

Ook in dit onderkomen maak ik gebruik van een kleine waterbak die aan de koelere kant van het onderkomen staat (dit om explosieve bacteriegroei tegen te gaan). Nadat ze ook dat onderkomen ontgroeid, waren zijn ze in een bak geplaatst van 100-40-40 cm.
Het onderkomen werd verwarmd door wederom een warmtemat (30-30 cm). Op de bodem lagen kranten en er stond een kleine waterbak in (aan de koelere zijde van het onderkomen). Aan de koelere kant van het onderkomen is het 26/27 graden en de vloerverwarming stond op exact 32 graden afgesteld.
De dieren hebben dus de mogelijkheid om op hun voorkeurstemperatuur te gaan liggen, wat dus inhoud dat ze constant aan de koelere kant lagen.
De dieren waren na tweeëneenhalf jaar over de twee meter, wat toch wel aan de lange kant is voor deze soort, zeker gezien de leeftijd.

Verwarming/verlichting
De verwarming van de onderkomens wordt geregeld door de temperatuur van de kamer in combinatie met een bodemverwarming. In de kamer ligt de temperatuur rond de 25-30 graden. De warmtemat staat met behulp van een thermostaat op 32 graden aangesloten, waardoor de temperatuur in de bakken een of twee graden hoger is dan in de kamer.
De bakken worden verlicht door daglicht dat via een raam de kamer in schijnt. Op die manier krijgen ze een dag/nachtritme en een jaar ritme mee.

Ondergrond
Als ondergrond heb ik verschillende materialen gebruikt. Ten eerste heb ik zaagsel gebruikt toen de dieren nog in plastic bakken waren gehuisvest. Het voordeel van zaagsel is, dat de dieren zich hier goed in kunnen verstoppen en dat ontlasting meteen wordt opgezogen, waardoor er geen vieze geurtjes ontstaan.
Een groot nadeel is echter dat de snippers aan de prooien blijven hangen, waardoor een infectie van de maagdarmkanaal eerder voor kan komen.
Ten tweede heb ik gebruik gemaakt van kranten. Het fijne van kranten is dat je ze altijd bij de hand hebt, het is niet duur, de onderkomens zijn makkelijk en snel te verschonen en het is hygiënisch. Een nadeel voor mij persoonlijk is dat een krant niet attractief is, maar wel functioneel.

Het derde dat ik gebruikt heb zijn beukensnippers. Beukensnippers worden niet met de prooien mee opgegeten, nemen vocht op (dus geen vieze geurtjes), zijn makkelijk te verschonen, ziet er mooi uit en de dieren kunnen zich hier ook in verbergen (ligt ook aan de diepte).

Voedsel
De jonge dieren kregen het eerste jaar om de 5 dagen een muisje aangeboden, die meestal moeiteloos werden geaccepteerd. Na een jaar kregen de dieren om de 7 dagen een muis of een jonge rat aangeboden. Op deze manier kunnen de dieren na 2 jaar al geslachtsrijp zijn.

Na twee jaar kregen de mannen om de twee weken en de vrouwen elke week een rat aangeboden. Vanaf oktober kregen de mannen om de 5 weken een rat en de vrouwen om de twee weken.

Overwintering
Vanaf begin oktober ben ik de luchtvochtigheid gaan verhogen door regelmatig water aan de warme kant te sproeien. De luchtvochtigheid hangt normaal de 50-60%, maar door het sproeien ging die omhoog naar 70-80%.
Een luchtvochtigheid van 50-60% lijkt erg laag voor deze dieren, maar ik heb nog nooit problemen gehad met de gezondheid of bij de vervelling.
Wel staat er altijd een waterbak met schoon water in zodat de dieren op ieder moment van de dag kunnen drinken, maar aangezien het schemer- en nachtdieren zijn drinken ze ook op die tijden, vooral na het voeren wat ik altijd in de avonduren doe.

Er zijn geen lampen in de kamer of in het onderkomen dus verloopt het dag/nachtritme zoals eerder is gemeld via het raam. Het is dus duidelijk dat er in de zomer meer lichturen dan in de winter zijn. Vanaf half oktober ben ik de dag- en nachttemperatuur gaan afbouwen tot begin december.

De temperatuur was in de maand December het laagst en lag toen overdag rond de 24 graden en daalde in de nachtelijke uren tot 17-18 graden. De bodemverwarming bleef altijd op 32 graden, maar de dieren maakte hier geen gebruik van. De dieren werden in deze periode ook niet gevoerd.

De paringen
Vanaf oktober heb ik de dieren voor steeds enkele dagen bij elkaar. Ik zette de man in dit geval bij de vrouw. Vanaf november tot en met december hebben de dieren constant bij elkaar gezeten. Dit resulteerde in de volgende paringen: oktober november december 24-10 14-11 17-11 11-12

De paringen die zijn gezien, hebben in alle dagdelen plaats gevonden, ook in de middag. Voorafgaande aan de paringen kroop de man over de vrouw en probeerde haar te stimuleren met zijn sporen/klauwen. De vrouw bleef hier elke keer opvallend rustig onder.
De duur van de paringen was elke keer meer dan een uur.

De dracht
De eerste paar weken na de bevruchting waren er geen aanwijzingen dat de vrouw drachtig was. Het enige dat opviel was dat er geen paringen meer gezien werden en dat de man ook schijnbaar niet meer in de vrouw geïnteresseerd was. De bevruchting had waarschijnlijk november plaats gevonden toen er een piek was in het aantal paringen dat werd gezien.

Halverwege de maand januari werd het voor mij duidelijk dat de vrouw drachtig was. Ze koos ervoor om wat meer gebruik te maken van de warme kant van het onderkomen, ze nam geen voedsel meer aan (de man had er geen moeite mee) en een zwelling iets voorbij de helft van het lichaam werd zichtbaar.

Vanaf maart lag de vrouw constant aan de warme kant. Diverse metingen gaven aan dat ze haar lichaamstemperatuur op die manier verhoogde tot 31,5 graden. De zwelling werd ook langzaam maar zeker groter.

Op 2 April vervelde de vrouw. In de meeste gevallen duurt het bij boa dan niet meer zo lang voor ze de jongen werpen. Na 4 weken waren er echter nog geen jongen geboren. Wel was de zwelling, die al die tijd door bleef groeien, wat verder richting de cloaca verschoven.

Wat ook opvallend was is het feit dat de vrouw vanaf de vervelling niet meer aan de warme kant te vinden was. Van een bak met vochtige houtkrullen dat in het onderkomen werd gezet maakte ze geen gebruik.

Vaak hoor je dat een vrouw erg onrustig wordt vlak voordat ze haar jongen moet werpen, maar dat kan in dat geval niet gezegd worden. Ze was even rustig als anders.

De jongen
Op 23 mei werd ik ‘s ochtends uit mijn bed gebeld met de mededeling dat er jongen waren geboren. Toen ik om 7:30 aankwam had ze haar laatste jongen net geworpen. De jongen lagen onder een krant tegen de achterwand van het onderkomen aan.

Het was met 21 jongen ook zeker geen slechte worp ( max. 35).
Jammer was dat een van de jongen was gestikt doordat de vrouw op hem had gelegen. Alle jongen waren erg levendig. Opvallend was ook de grootte van de jongen. Dat was gemiddeld genomen bijna 45 cm.

Na een week gingen de eerste jongen de "blauwe fase" in, waarna ze probleemloos vervelden. Ook over de voedselaanname had ik niet te klagen. Alle jongen aten na de vervelling (sommige zelfs nog voor de vervelling) zelfstandig halfwas muisjes die levend werden aangeboden.
Een jaar later Op het moment dat ik dit aan het schrijven ben zijn we weer iets meer dan een jaar verder (juni 1999).

Ondertussen heb ik nog een volwassen vrouw aangeschaft en heb ik zelf ook nog twee jonge dieren van mijn eigen nakweek gehouden.
De opkweek heeft tot dusverre nog geen problemen gegeven. Ze zijn nu ongeveer een meter lang en hebben een dieprode kleur, net als de ouderdieren. De vrouw heb ik afgelopen jaar niet ingezet voor de kweek, om haar vetreserves weer op peil te laten komen.

Ik heb ondertussen ook nieuwe onderkomens voor de ouderdieren gemaakt. Ze zitten nu in volglas onderkomens van 200-80-65 cm (lbh) en doen het hier ook prima in.

Conclusies
Voor iedereen die geïnteresseerd is in het houden van boa's is dit de perfecte slang. Hij is rustig van karakter, is gunstig geprijst, heeft een schitterende kleur en een mooi patroon, wordt niet al te groot (tot 250 cm), is een goede eter en is niet erg vatbaar voor ziektes.
Kortom, zeer geschikt voor hobbyisten.

Literatuur
Reproductive hustbandry of pythons and boa's, Richard A.Ross and Gerald Marzec

Captive Husbandry and Propagation of the Boa Constrictor and Related Boas, David Fogel

The Completely Illustrated ATLAS of Reptiles and Amphibians for the terrarium

Slangen, Chris Mattison Rainbow boas; Reptile Hobbyist, March 1998

Weer- en klimaatgids voor de wereldreiziger, Maria Harding

Captive maintenance and propagation of the Brazilian rainbowboa (Epicrates Cenchria Cenchria); Reptiles magazine, August 1994, Scott P. Schuett